Een kort stuk over het woord transformatie — en waarom het je in de weg zit.
Vandaag had ik een Zoom-gesprek met een zeer ervaren programma- en projectmanager. We vergeleken het werk van nu met waar we stonden toen we vijf jaar geleden voor het laatst op dezelfde verdieping zaten.
Toen ik het woord “transformatie” gebruikte om te omschrijven waar ik sindsdien mee bezig ben, voegde ik er meteen aan toe: “je weet wat ik bedoel, maar eigenlijk is transformatie een heel slechte term.” Waarom die reflex? Waarom ineens dat verzet?
In grote organisaties worden werkwijzen beschreven als processen plus de tools eromheen. Veranderingen daarin — een nieuwe tool, een andere processtap — zijn op zichzelf al een vak. Die veranderingen laten beklijven en de beoogde waarde leveren wordt een taak. Soms zelfs de taak van een hele afdeling: het transformation office.
In een ander overleg, met een bekend adviesbureau, stond het woord transformatie als doel op een slide: “X … aims to transform the business into a digital business and…” Mijn collega’s weten beter. De partners van het adviesbureau ook. Maar “transformatie” als doel formuleren laat zien hoe hardnekkig het idee is geworden dat de reis zelf het einddoel is.
De frictie zit hier: transformatie is geen doel in business. Transformatie is een observatie achteraf. (Net als innovatie trouwens.) Iets ging van 1 naar 10, van A naar Z, van maïs naar popcorn. De popcorn opeten is het doel van de klant. Het netto positieve rendement is de uitkomst die de maker zoekt. De transformatie zelf dient niets.
Het is de uitkomst die de behoefte aan transformatie oproept — of niet. Transformatie is het verschil tussen startpunt en eindpunt. Het eindpunt is waarom de transformatie nodig is. Terug naar mijn reflex: veranderingen horen het antwoord te zijn op “hoe doen we het?” “Hoe” is de inhoud van een transformatie, niet het doel.
Toch is het woord deel van ons zakelijk vocabulaire geworden alsof het een doel ís. “Transformation lead.” “Transformation office.” Stuur het woord met pensioen en ga uitkomsten najagen. “Outcome lead.” “Outcome office.”
De uitkomst blijft het doel. Niet de reis.